Programmanieuws

Zuid-Hollandse kinderen drinken te weinig water



Zuid-Hollandse kinderen drinken te weinig water

Zeker buitenshuis blijft het drinken van kraanwater achter

 
 
 
Kinderen in Zuid-Holland drinken niet genoeg water. Hoewel kinderen kraanwater lekker vinden, blijft het drinken ervan toch achter. Dat blijkt uit een onderzoek onder ruim 3.300 basisschoolleerlingen tussen de 4 en 12 jaar. Het is belangrijk voor kinderen om voldoende kraanwater te drinken, zodat hun vochtbalans op peil blijft. Om het drinken van kraanwater op een leuke manier te stimuleren geeft drinkwaterbedrijf Oasen tips op oasen.nl/drinkwatervoorkids.
 
De drinkwaterbedrijven lieten het kraanwatergebruik van basisschoolleerlingen in Nederland onderzoeken vanwege de Koningsspelen. Die staan dit jaar in het teken van water drinken. Uit dit onderzoek blijkt dat het merendeel (70%) van de Zuid-Hollandse kinderen kraanwater lekker vindt. Toch drinken zij hooguit drie glazen op een dag (80%). Het Voedingscentrum adviseert een hoeveelheid van 1 tot 1,5 liter per dag. Dat komt neer op ongeveer 8 glazen water.
 
Wereld achter kraanwater ontdekken
Menig ouder herkent dat het lastig is om kinderen voldoende water te laten drinken. Kinderen zijn veelal druk met andere dingen en kiezen bijvoorbeeld liever voor zoetere dorstlessers. Met de tips probeert Oasen handvatten te geven om het drinken van kraanwater te bevorderen. Onder andere door het drinken van water leuker te maken. “Daarnaast nodigen wij ieder jaar 120 schoolklassen uit om de wereld achter de kraan te ontdekken”, zegt Walter van der Meer, directeur van Oasen. “Ook maken we drinkwater op openbare plekken beschikbaar met onze tappunten. Ideaal om even een bidon bij te vullen tijdens een wandeling of fietstocht”.
 
Zuid-Hollandse kinderen drinken water vooral thuis
Kinderen in Zuid-Holland geven ook aan dat ze kraanwater vooral thuis drinken. Buitenshuis gebeurt dat minder. Ook in vergelijking met kinderen uit de rest van Nederland, drinken Zuid-Hollandse jongens en meisjes weinig op de sportclub (65 procent), op een dagje uit (38 procent) of tijdens het spelen bij vriendjes en vriendinnetjes (24 procent).   

 

Onderwerpen